Journalist stond bij kernreactor Fukushima tijdens explosie: 'Ik dacht, ik kom hier niet meer weg'
Precies vijftien jaar geleden was journalist Henk van der Aa in Fukushima om verslag te doen van de verwoestingen daar. Japan werd getroffen door de krachtigste aardbeving in duizend jaar, waarna een grote tsunami ontstond. Na de ontploffing van een van de reactoren, moesten Van der Aa en zijn cameraman in allerijl weg zien te komen. Dat leverde veel paniek op.
Op 11 maart 2011 werden Japanners opgeschrikt door een verwoestende aardbeving. De beving had een magnitude van 9,0 op de schaal van Richter, een van de zwaarste ooit gemeten. De tsunami die ontstond spoelde alles op zijn pad weg. Sommige golven waren zelfs veertig meter hoog. Naar schatting verloren bijna 16.000 mensen hun leven en raakte 2.500 mensen vermist.
Ook de kerncentrale van Fukushima werd geraakt door de tsunami. De drie operationele reactoren (in totaal waren er zes) werden binnen enkele seconden na het begin van de aardbeving automatisch stilgelegd door een noodstop. Er ontstond een volledige blackout. Daardoor raakten koelsystemen defect.
'Krijg nog steeds koude rillingen'
Van der Aa deed namens EenVandaag ter plekke verslag van de verwoesting. "Er was ontzettend veel ellende in Japan toen ik aankwam." Huizen waren verwoest of meegesleurd door de stroming, mensen verloren dierbaren, hadden geen toegang meer tot basisvoorzieningen en het was een grote uitdaging om deze mensen te bereiken.
Samen met zijn cameraman reisde Van der Aa af naar de kuststrook, het hardst getroffen gebied. De inwoners daar moesten het stellen zonder stroom, drinkwater, benzine en elektriciteit. Hij krijgt nog steeds koude rillingen als hij hieraan terugdenkt, zegt hij in Goedemorgen Nederland op NPO 1.
Van der Aa kwam aan in het dorp Ōkuma. "In de rug van waar wij werkten stond de kerncentrale. We wisten dat de centrale getroffen was en dat de waterstofdruk enorm toenam. We hadden door dat er iets spannends stond te gebeuren. En plots werd dat de tweede ramp en het grote gevaar."
Na de ontploffing van het omhulsel van de eerste reactor (in totaal ontploften er drie), zat de schrik er goed in, ook bij Van der Aa. "Dat was een heel heftig beeld, omdat je niet wist in hoeverre de reactor zelf beschadigd was en hoeveel straling naar buiten kwam."
Thuisfront wist meer
Omdat hij werkte in een gebied dat verder was afgesloten van de buitenwereld, was hij niet altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Die onwetendheid zorgde voor veel onzekerheid, ook aan het thuisfront. "Als je wordt uitgezonden naar een rampgebied, weet Hilversum vaak meer dan wat jij daar hoort en ziet. Mijn vrouw, die op dat moment acht maanden zwanger was van ons tweede kindje, wist veel meer."
"Mijn familie zag de ontwikkelingen op tv, terwijl ik geen elektriciteit had en communicatie bijna niet mogelijk was. Ik was puur bezig om ter plekke verhalen te maken over de ramp."
Contact houden met zijn familie lukte soms. "Her en der had ik de mogelijkheid om uit de zone te komen, waar we onze batterijen konden opladen en even konden bellen."
Redactie in paniek
De redactie in Hilversum raakte ook in paniek, vertelt hij. "Langzamerhand kwam het besef bij ze of ze te laat waren (om Van der Aa en zijn cameraman te evacueren, red.). De camera's stonden al een paar dagen gericht op de reactoren, maar als zo'n reactor dan ineens ontploft, krijg je het gevoel dat je daar misschien niet meer wegkomt."
Van der Aa had het gevoel dat hij naast Tsjernobyl stond op het moment van de ramp. "Ineens was ik in paniek." De Oekraïense kerncentrale ontplofte in 1986 tijdens het uitvoeren van een test. Dat was de grootste kernramp die ooit heeft plaatsgevonden.
Doemscenario's
Na de ontploffing van de reactor, besloot EenVandaag om het journalistieke team te evacueren. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Van der Aa vertelt dat ze veel moeite hadden om het land uit te komen. "We hadden op dat moment geen batterijen meer, dus we konden bijna niet meer communiceren. Ook was er nergens benzine te vinden. Hoe kwamen we überhaupt bij de luchthaven?"
Doemscenario's spookten door zijn hoofd. "In Tsjernobyl stond één reactor, in Fukushima zes. Er was een theorie dat de ene de andere kon aansteken. Het kon een ramp met een enorme omvang worden." Uiteindelijk ontploften er dus drie. Reactor 1 en 3 smolten zelfs gedeeltelijk door. Bij zo'n kernsmelting komt radioactief materiaal vrij.
Minder dan Tsjernobyl
De hoeveelheid radioactief materiaal dat uiteindelijk vrijkwam was significant, maar slechts tien tot twintig procent van de hoeveelheid dat in Tsjernobyl vrijkwam. Veel materiaal kwam in de lucht en zee terecht, waardoor grote delen van de omgeving en de oceaan besmet raakten.
Uiteindelijk wisten Van der Aa en zijn collega veilig terug te keren naar Nederland. "Het was een lange rit naar de andere kant van het eiland, waar dus geen benzine was en waar onze tank bijna leeg raakte. Het waren momenten van paniek, maar toen we bij de luchthaven aankwamen was het gelukkig goed geregeld."
Eenmaal terug in Nederland wisten ze niet hoeveel straling ze hadden opgelopen. "We zijn direct vanuit Schiphol naar Petten vervoerd. Daar zijn we getest op straling. Uiteindelijk viel het enorm mee, we hadden net zoveel straling opgelopen als wat je bij een normale trans-Atlantische vlucht ook oploopt."
'Ze tekenden hun doodvonnis'
Op het moment dat duidelijk werd dat Fukushima een nieuwe Tsjernobyl kon worden, werd er direct een team van werknemers en hulpverleners aangesteld die deze kernramp moesten voorkomen. De groep moest zeewater in de reactoren pompen om oververhitting te stoppen, druk laten ontsnappen uit reactorvaten om explosies te voorkomen, elektrische systemen herstellen en branden blussen en schade inspecteren. Dit werk was extreem gevaarlijk vanwege de straling en explosies.
De mensen die hun leven op het spel zetten waren veelal jongemannen, sommigen ook met jonge kinderen, en mannen van middelbare leeftijd. "Dit wisten wij toen ook. Ik kreeg een enorm schuldgevoel dat ik er zo snel mogelijk uitwilde, terwijl er mensen waren die de centrale in moesten. Op dat moment leek het dat zij hun doodvonnis tekenden", blikt Van der Aa terug.
De waardering hebben de mannen achteraf nooit echt gevoeld, zo wordt in een documentaireserie duidelijk die op 11 maart en 18 maart door de VPRO wordt uitgezonden. "Ik en de buitenwereld zien ze als een soort helden. Dat je jezelf kunt wegcijferen om het land te redden. Terwijl zij altijd het gevoel hebben gehad: het is onze schuld geweest, wij hebben ervoor gezorgd dat deze kerncentrale zoveel gevaar heeft gelopen. Ze dachten dat ze hun werk niet goed hadden gedaan, dus voor hun was het hun plicht, niet meer."
De documentaire Fukushima, een kernramp van binnenuit bestaat uit twee afleveringen en wordt uitgezonden op NPO 2. 11 maart om 20.25 is de eerste aflevering te zien en 18 maart om 20.25 de tweede aflevering. Op NPO Start zijn beide afleveringen al te bekijken.