Sander de Kramer over de magie van de Afrika Cup: 'Tijdens het toernooi is iedereen op het continent even één'
Volle stadions, kleurrijke fans en een aanstekelijke sfeer: de Afrika Cup is in volle gang en nadert deze week de ontknoping. Gastland Marokko staat in de halve finale en droomt ervan de beker in eigen land te houden. In Goedemorgen Nederland vertelt journalist en Afrika-kenner Sander de Kramer waarom dit toernooi zo bijzonder is.
Bij het zien van beelden van feestvierende Marokkanen op straat verschijnt er direct een grote lach op het gezicht van Sander de Kramer. "Het mooie van de Afrika Cup is: het continent is het armste van de wereld en het gaat vaak over problemen in Afrika. Tijdens dat toernooi is Afrika even één, dan wordt Afrika gevierd zoals niemand het viert."
Volgens De Kramer draait het toernooi om meer dan succes voor het eigen land alleen. "Mensen moedigen ook andere landen aan. Sierra Leone, dat is een beetje mijn land, doet dit jaar niet mee. De vorige keer wel, en dat was voor het eerst na 25 jaar. Als je dan ziet hoe dat gevierd werd... En toen ze eruit lagen gingen ze buurlanden aanmoedigen. Zo ontzettend mooi."
'Afrika heeft mijn hart gestolen'
De band van De Kramer met Afrika gaat ver terug. Hij werkte er jarenlang voor verschillende goede doelen. "Ik heb zestig scholen gebouwd in alleen al Sierra Leone. En we zijn ook in andere landen actief, zoals Marokko, waar we tandartszorg opzetten. Het continent heeft mijn hart ooit gestolen. Dat zeggen heel veel mensen." Vervolgens beschrijft wat Afrika voor hem zo bijzonder maakt: "Het is al het moment dat je in Afrika landt. Het zijn de geuren, de kleuren, de manier van leven. Het in het nu leven, niet met de toekomst bezig zijn. Dat is wel heel bijzonder."
Als iemand kan weten hoe groot dit toernooi is, dan is hij dat wel. “Het is gigantisch, één groot feest. Je moet het EK voorstellen, maar dan met nog veel meer emoties die erbij komen kijken." Dat het toernooi dit jaar in Marokko wordt gespeeld, is ook in Nederland duidelijk merkbaar. "Je merkt dat het hier enorm speelt. Mensen met Marokkaanse roots zitten zo in dat toernooi. En helemaal nu ze in de halve finale staan."
Onderschatting
Woensdag neemt Marokko het in die halve finale op tegen Nigeria. In de selectie zitten meerdere spelers die in Nederland zijn geboren of opgeleid, zoals Noussair Mazraoui (Manchester United), Anass Salah-Eddine (PSV), Sofyan Amrabat (Real Betis) en Ismael Saibari (PSV). De Kramer geeft de Leeuwen van de Atlas, de bijnaam van de ploeg, dan ook een goede kans. "Marokko is hartstikke goed. Ze hebben het op het WK ook geweldig gedaan."
Volgens De Kramer wordt Afrikaans voetbal nog altijd onderschat. "Ook Marokko op het afgelopen WK, omdat het een Afrikaans land is. Het was niet eerder voorgekomen dat een land uit Afrika de halve finale van het WK haalde vóór Marokko. Men denkt altijd: de velden zijn minder, de ballen zijn minder, de trainers zijn minder."
"Nu heb je heel veel jongens die in het Westen hun opleiding hebben gekregen, al van jongs af aan. Ze doorlopen hier de jeugdopleidingen van grote clubs en gaan uiteindelijk voetballen voor het land waar hun roots liggen. Dat zie je steeds meer. Ook bij andere landen, zoals Suriname en Curaçao. Roots gaan meer spelen bij mensen."
In actie voor Sierra Leone
Of De Kramer zelf ooit een rol gaat spelen bij een Afrikaanse ploeg? Dat weet hij zo nog niet, al leverde hij in 2014 wel een bijdrage aan Sierra Leone. "Dat was in aanloop naar de laatste kwalificatiewedstrijden om de Afrika Cup te halen. Sierra Leone had een ebolapandemie, ontzettend heftig. Er mocht niks uit Sierra Leone komen, iedereen was als de dood."
In Amsterdam kwam hij in contact met oud-voetballer Atto Mensah, die bondscoach was geworden van Sierra Leone. "Hij stond bij mij voor de deur en zei: ‘Ik heb een probleem, ik ben bondscoach van Sierra Leone geworden.’ Ik zei: ‘Dat is toch geen probleem? Gefeliciteerd!’ Zegt hij: ‘Maar ik mag niks uit Sierra Leone halen. Ik heb niet eens ballen, geen spullen.’"
Toen kwam De Kramer in actie. "Ik ben gaan bellen met iemand die ik ken bij sportmerk Robey en heb dat verhaal verteld. Ik kon meteen langskomen. Toen hebben we voor 30.000 euro aan spullen uitgezocht."
Op die manier kon de ploeg toewerken naar de interland tegen Kameroen, die overigens niet in Sierra Leone gespeeld mocht worden vanwege de daar heersende ebola. "Ik had geregeld dat we die wedstrijd bij Feyenoord mochten spelen. Ik dacht: hoe mooi is het als we het in De Kuip tegen Kameroen spelen."
Dat plan ging niet door. "Toen is de CAF, de Afrikaanse voetbalbond, ervoor gaan liggen. Uiteindelijk moesten we onze thuiswedstrijd tegen Kameroen in Kameroen spelen. Maar dat was ook een feest."