Kunstexpert pleit voor onafhankelijk instituut tegen vervalsingen: 'AI kan enorm helpen'
Een Van Gogh die geen Van Gogh is, maar toch in een museum hangt? Sinds vorige week vrijdag is in het Kröller-Müller Museum een schilderij te zien dat ooit werd aangekocht als authentiek werk van Vincent van Gogh, maar later als vervalsing werd ontmaskerd. Het werk trekt veel bekijks en brengt een discussie op gang: hoeveel vervalste kunst hangt er nu eigenlijk in musea? Kunstexpert Bianca Frölich pleit voor een onafhankelijk toezichtsorgaan.
Het schilderij in het Kröller-Müller, een zeegezicht dat werd toegeschreven aan Van Gogh, kwam eind jaren twintig via de Berlijnse kunsthandelaar Otto Wacker op de markt. Hij presenteerde toen tientallen voorheen onbekende Van Goghs, waarvan de herkomst volgens hem terug te voeren was op een mysterieuze Russische verzamelaar. Kunstkenners en handelaren waren aanvankelijk enthousiast.
Helene Kröller-Müller kocht destijds op advies van haar vertrouweling H.P. Bremmer een van de werken aan. Pas later ontstonden er serieuze twijfels: de herkomst bleek niet te kloppen, onderzoek wees op technische onregelmatigheden en het schilderij paste stilistisch niet goed bij Van Goghs andere werk uit dezelfde periode.
Tientallen nep Van Goghs
In Goedemorgen Nederland op NPO 1 reageert kunstexpert Frölich donderdag op de tentoonstelling. Zij begrijpt waarom het museum het werk uit het depot heeft gehaald en weer tentoonstelt. "Helene Kröller-Müller heeft het werk ooit zelf aangeschaft en het is natuurlijk helemaal niet gaaf of stoer om te zeggen dat je een werk hebt aangekocht dat niet authentiek is."
Volgens Frölich is het verhaal achter het doek minstens zo interessant als het schilderij zelf. "Ze kocht het toentertijd met de gedachte dat ze een echte Van Gogh gekocht had. Het Kröller-Müller Museum heeft met tekeningen erbij zo'n 200 werken van Van Gogh. Het komt voort uit een affaire waarbij de broer van een kunsthandelaar gek was op schilderen. Dat bleek achteraf. Hij heeft tientallen Van Goghs nageschilderd en dit is er dus een van."
Dat zulke vervalsingen destijds konden worden aangekocht, verbaast Frölich niet. "Je hebt het over een hele tijd geleden. Wetenschap werd toen nog niet ingezet en alles was heel subjectief en afhankelijk van een expert die moest zeggen of iets authentiek was of niet. Tegenwoordig zijn de technieken natuurlijk heel anders om dat te gaan herleiden."
Juist daarom vindt ze het goed dat het museum dit werk toont. Het past volgens haar bij de geschiedenis van de collectie en laat zien hoe dun de scheidslijn tussen echt en nep kan zijn. Tegelijkertijd stelt het vragen over het heden. Moet de kunstwereld niet veel systematischer te werk gaan? "Absoluut. Je moet de wetenschap meer betrekken en AI kan daar enorm in bijdragen. Op topniveau gebeurt dat ook al enorm."
Frölich pleit voor onafhankelijk instituut
Die technologie maakt het mogelijk om verfgebruik, penseelstreken en materialen tot in detail te vergelijken. Toch ontbreekt volgens Frölich een centrale aanpak. "Ik vraag me af waarom in deze wereld geen onafhankelijk instituut is dat van alle kunstenaars op aarde alle data gaat verzamelen. Je kunt je dan ook afvragen wie daar wel of geen belang bij hebben. Ik begrijp niet waarom Nederland niet hier de vaandeldrager van wordt: wij gaan hier een instituut van opzetten."
Volgens haar staat de vervalsing in het Kröller-Müller Museum niet op zichzelf. "Stel dat je een museum bent en je een collectie hebt waarvan 20 procent - dat soort cijfers worden genoemd - van je werken niet authentiek zijn. Wat zijn we dan aan het doen? De deuren worden gewoon dichtgehouden. Ik ben ervan overtuigd dat er neppe werken in musea hangen."
En of ze het neppe werk in het Kröller-Müller zelf zou hebben herkend als vervalst? "Heel eerlijk, nee. Maar als je weet waarop die te onderscheiden is van de echte... Het authentieke werk heeft wat diepere kleuren. Het werk in het Kröller-Müller Museum is een beetje too good to be true."