VVD Drenthe in de bres voor hertenkamp: ‘Eerste klas Haagse betutteling’
De provincie Drenthe roept de Tweede Kamer en het kabinet op het besluit om damherten van de vrijstellingslijst van huis- en hobbydieren te halen te herzien. Een motie van de Drentse VVD die daartoe oproept werd woensdagavond gesteund door een meerderheid van de Provinciale Staten. "Dit is betutteling door de Nederlandse overheid."
Herten komen niet op de lijst van hobby- en huisdieren die mogen worden gehouden, zo heeft minister Piet Adema (Landbouw) besloten. Op die lijst, die op 1 januari wordt ingevoerd, staan dertig dieren op die wel gehouden kunnen worden. Dat betekent dat er dan niet meer met herten gefokt mag worden.
"Het dier is bedoeld om vrij in de natuur te lopen", zei Adema, die kan rekenen op steun van een meerderheid van de Kamer. Om de paar honderd hertenkampen in het land tegemoet te komen, hoeven de bedrijven nog niet op die datum te sluiten. Ze mogen openblijven tot alle dieren gestorven zijn.
'Eerste klas betutteling'
Statenlid namens de Drentse VVD Johan Moes begrijpt niets van het decreet uit Den Haag. "We hebben in Nederland al honderden jaren hertenkampen. Sommige staan zelfs op de erfgoedlijst", zegt hij in Goedemorgen Nederland op NPO 1. "Hertenkampen hebben een sociale functie. Kinderen gaan er graag naartoe. De dieren worden verzorgd door vrijwilligers, vaak mensen met afstand tot de arbeidsmarkt."
Zijn provincie huist tientallen hertenkampen. De oudste stamt uit 1814. "Dit is echt eerste klas betutteling door de overheid. Op deze manier kunnen we de dierenparken in Nederland ook allemaal wel sluiten", zegt Moes, die een duidelijke boodschap heeft voor Adema. "Minister, draai het besluit terug en plaats de damherten gewoon weer op de positieflijst."