Nederlanders hebben steeds minder vertrouwen in rekeningrijden
Nederlanders worden alsmaar sceptischer en negatiever over rekeningrijden, mede door het groeiende wantrouwen in de overheid. Dat blijkt uit onderzoek dat de ministeries van Financiën en Infrastructuur & Waterstaat hebben laten uitvoeren naar rekeningrijden, meldt De Telegraaf.
Volgens de onderzoekers waren Nederlanders in eerste instantie overwegen positief over de zogeheten kilometerheffing, maar dat aantal neemt af naar mate mensen langer nadenken over de taks. Weggebruikers zijn bang dat ze meer moeten gaan betalen en vrezen voor hun privacy.
Het kabinet wil rekeningrijden in 2030 invoeren. Autorijders moeten dan betalen per gereden kilometer. De groep die nu ronduit negatief is over dit idee, is gegroeid van 16 naar 20 procent.
"Men vraagt zich af of de plannen niet vooral in het voordeel van de overheid uitpakken. Men vraagt zich af of er wel aan burgers wordt gedacht, of dat het met name een manier is om meer geld op te halen", schrijven de onderzoekers. Ook heeft slechts één op de vijf mensen vertrouwen in de optie van een ingebouwd apparaatje in de auto die de gereden kilometers registreert en doorgeeft.
De overstap van de huidige motorrijtuigenbelasting naar het rekeningrijden is volgens het kabinet nodig om het steeds grotere gat in de begroting te dichten. De opbrengst uit brandstofaccijns neemt af doordat steeds meer mensen elektrisch rijden.
'Niet over één nacht ijs'
CDA-Tweede Kamerlid Henri Bontenbal benadrukt dat er in Den Haag "al heel lang" over de maatregel wordt nagedacht. "Ik begrijp het wantrouwen, maar rekeningrijden is een goed idee omdat je wil dat er eerlijk betaald wordt voor mobiliteit", zegt hij in Goedemorgen Nederland op NPO 1.
"Rekeningrijden is geen manier om meer geld naar Den Haag te krijgen", verzekert Bontenbal, die ook nog wel zorgen heeft over bepaalde aspecten van de taks. "Stel dat je als verpleegkundige in een dorp woont en in Zwolle naar het ziekenhuis moet, dan heb je je auto gewoon nodig. Dat moet wel eerlijk betaald worden."
"Daarom gaan we niet over één nacht ijs. Hier wordt goed over nagedacht", zegt het Kamerlid. Volgens hem hangt het "af van de vormgeving" of mensen buiten de Randstad meer gaan betalen, omdat de afstanden tussen woon- en werkverkeer daar vaak groter zijn. "Je moet ook kijken of mensen een alternatief hebben, zoals openbaar vervoer."