World Economic Forum voer voor complottheorieën, maar wat gebeurt er eigenlijk?
Wereldleiders, zwaargewichten uit het bedrijfsleven, topwetenschappers en belangenverenigingen komen deze week samen op de World Economic Forum (WEF) in het Zwitserse Davos. In de voorbije jaren is het lobbycongres de spil in de meest gedeelde complottheorie, The Great Reset, maar volgens journalist Jean Dohmen is het een ideale ontmoetingsplek.
"Het World Economic Forum is eigenlijk een netwerkbijeenkomst", vertelt de journalist van Het Financieele Dagblad in Goedemorgen Nederland op NPO 1. "Het WEF werd voor het eerst gehouden in 1971 en is onder leiding van de man die praat met een zwaar Duits accent als hij Engels spreekt, professor Klaus Schwab, in de jaren daarna gestaag gegroeid."
Wat het WEF tot zo'n populaire bestemming maakt voor de crème de la crème, is de mogelijkheid om in korte tijd veel mensen te spreken, vooral in de wandelgangen. Dohmen: "Op het moment dat je al die mensen apart zou moeten opzoeken, ben je eindeloos op pad."
Het maakt het WEF "een ideale netwerkgelegenheid", ook voor regeringsleiders. "Premier Mark Rutte gaat er niet voor niets naartoe. Hij werkt wel 25 afspraken af op een dag." De gesprekken die hij daar voert gaan normaal gesproken veelal over de telefoon, zegt Dohmen.
Dit jaar komen er honderd miljardairs, zeshonderd ceo's en 52 staatshoofden en regeringsleiders naar Davos. "Het is in die categorie top of the bill, dus mensen zijn er graag bij."
Duur kaartje
Zo zijn dit jaar ook de vicepremier van China en de Amerikaanse handelsgezant in Davos. Dohmen: "China en de VS zijn landen die met elkaar bijna op de voet van economische oorlog leven. Het is goed dat er een gelegenheid is om elkaar in de ogen te kijken en met elkaar te praten en wie weet erger te voorkomen."
Volgens Dohmen betalen bezoekers "tienduizenden Zwitserse franken" en bedrijven soms zelfs tonnen voor een toegangskaartje. "Dat is een teer punt. Het is in een democratie eigenlijk niet de bedoeling dat mensen met heel veel poen toegang tot regeringsleiders kunnen kopen. Het is heel ondemocratisch. Waarom kan iemand met heel veel geld het wel en iemand anders niet?"
'WEF heel bijzonder'
Eén van de bezoekers is de Nederlandse topondernemer Ali Niknam, oprichter van Bunq. Maar in tegenstelling tot vorig jaar kocht hij voor de komende editie geen kaartje. "Ik vond het zo ongelofelijk veel geld, dat ik er dit jaar op de bonnefooi naartoe ga. Met contacten die ik vorig jaar heb opgedaan, spreek ik af op het terrein van het WEF."
Niknam begrijpt waarom het Zwitserse congres een geliefde bestemming is voor topondernemers. "Vorig jaar zag ik de oprichter van een bedrijf dat ik al heel lang op het vizier heb om over te nemen puur toevallig rondlopen. Met die persoon heb ik nog steeds contact en wij gaan nu weer een drankje doen. Dat maakt het WEF heel bijzonder."
Kabinetsdelegatie 'fors'
Zeven kabinetsleden, inclusief premier Mark Rutte, reizen deze week af naar Davos. Voormalig minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker vindt de delegatie "fors". Volgens haar is het ook het enige congres waarvoor toegang moet worden gekocht, waar kabinetsleden naartoe gaan.
"Wij hadden altijd het beleid dat we als ministers niet spraken bij conferenties waar fors geld werd gevraagd aan de deelnemers, commerciële conferenties. Voor Davos is altijd een uitzondering gemaakt", zegt de oud-PvdA'er.
Bussemaker heeft daar wel begrip voor. "Je kan heel veel bellen, maar het maakt wel uit of je elkaar af en toe fysiek spreekt. Dat kan tijdens het WEF en dat vind ik goed. Ik begrijp ook wel dat het vooral op mondiaal niveau nuttig is om daar gesprekken met elkaar te voeren."