Gedurende de corona-uitbraak stierven ruim 5500 meer mensen in de langdurige zorg dan verwacht
Sinds de corona-uitbraak stierven er veel meer mensen die behandeld worden in de langdurige zorg dan wat gemiddeld wordt verwacht wordt op basis van de voorgaande jaren. Dat meldt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in een rapport over de effecten van het coronavirus en de maatregelen op de langdurige zorg.
Hoe veel overlijdensgevallen daadwerkelijk verband hielden met de coronacrisis is volgens de NZa niet te zeggen. Wie er van de overlijdensgevallen nog thuis woonde is ook onbekend.
Van 9 maart tot en met 14 juni zijn 5502 meer mensen met een 'Wlz-indicatie' overleden dan verwacht. Wlz staat voor 'Wet langdurige zorg', en met zo'n indicatie kunnen mensen terecht in een verpleeghuis, een instelling voor mensen met een handicap of een ggz-instelling. Sommige mensen kunnen ook nog thuis zorg ontvangen.
Verpleeghuizen
Ook stonden er in verpleeghuizen in de afgelopen periode 5861 bedden leeg. Sinds het begin van het jaar daalde de bezetting in de huizen met ruim vier procent. De verschillen per regio zijn flink: van een afname van 0,1 procent tot een afname van tien procent.
Deze lege bedden houden direct verband met de hogere sterfte. Daarnaast is een mogelijke reden voor de afname dat mensen de afgelopen tijd een opname hebben uitgesteld. De daling lijkt inmiddels gestopt.
Bezoekersregelingen
Het aantal wachtenden is intussen toegenomen. Dit geldt vooral voor mensen die al langdurige zorg krijgen, maar wachten om geplaatst te worden in de instelling van hun voorkeur. NZa vermoed dat veel mensen de afgelopen tijd een opname hebben uitgesteld in verband met de strenge bezoekersregelingen die tijdens de eerste maanden van de corona-uitbraak golden.