RIVM: ‘Zo’n half miljoen Nederlanders heeft antistoffen tegen het virus’
Ongeveer 3 procent van de Nederlanders heeft een antistof tegen Covid-19 ontwikkeld, blijkt uit een nog te publiceren onderzoek onder bloeddonoren. Dat meldt RIVM-baas Jaap van Dissel donderdag in een bijpraatsessie over het coronavirus in de Tweede Kamer.
Het gaat om een schatting naar aanleiding van een onderzoek van Sanquin Bloedvoorziening, waar zij eind maart mee begonnen. Van Dissel benadrukt dat dit onderzoek nog gaande is.
Als deze schatting inderdaad klopt, staat die 3 procent voor ongeveer 500.000 Nederlanders die antistoffen hebben opgebouwd, en daarmee dus al besmet zijn, of zijn geweest, met het virus.
'Te veel aandacht voor groepsimmuniteit'
"Als je door je oogharen kijkt, dan heeft ongeveer 3 procent antistoffen tegen het coronavirus ontwikkeld. Als je dan terugrekent in aantallen betreft dat enkele honderdduizenden Nederlanders", aldus Van Dissel.
"Dat lijkt betrekkelijk weinig", merkt SP-Kamerlid Maarten Hijink op. Voor groepsbescherming moet namelijk zo'n 60 procent van alle Nederlanders immuun zijn. Volgens de RIVM-baas heeft de 'groepsimmuniteit' te veel aandacht gekregen:"Het is een bijproduct van het feit dat het virus circuleert."
Minder antistoffen bij ouderen
Wat opvalt is ook dat het percentage antistoffen verschilt per leeftijdsgroep. Bij achttien- tot twintigjarigen (688 personen) is het ietsje hoger dan het gemiddelde: 8,6 procent. Bij de groep tussen de 71 en 80 jaar (10 personen) werd bij niemand antistoffen gevonden.
Personen die zijn hersteld van het coronavirus hebben volgens Van Dissel "enige mate van immuniteit". Hij herhaalde zijn eerdere vermoeden dat niet iedereen die het virus heeft gehad ook immuun is.
Er is niet bekend hoelang personen immuun blijven als ze het virus hebben gehad.
LEES OOK: Deskundigen: ‘Immuniteit opbouwen kan jaren duren, lockdown moet komen’