‘Als dodelijke mortiergranaten níet waren ingezet, waren er nu misschien meer doden gevallen’
De veiligheid bij defensie is niet op orde. Dat is de conclusie van de commissie Van der Veer, die onderzocht hoe het gesteld is met de veiligheid op en rondom de werkplek van duizenden Nederlandse militairen.
Minister Ank Bijleveld wil nu de aanbevelingen van de commissie overnemen. Een van deze aanbevelingen is een onafhankelijke toezichthouder die de veiligheid van de militairen zou kunnen waarborgen. Maar is dit genoeg?
Deze vraag werd vanmiddag gesteld bij WNL Op Zaterdag op NPO Radio 1.
Ingeslopen slordigheid
Eric Vrijsen, journalist bij Elsevier, benadrukt dat militair zijn altijd een gevaarlijk beroep is, maar dat er inderdaad een boel te verbeteren is bij defensie: "Er is een zekere slordigheid ingeslopen, deels ook door de bezuinigingen."
Vrijsen hoopt dat defensie nu echter niet teveel een bureaucratie gaat worden. "Als je voor alles een papiertje moet hebben voordat je het kunt doen, lijkt dat veilig. Maar in een noodsituatie, of in een crisis of in een oorlogssituatie?"
Doden door mortiergranaten
Vorig jaar oktober trad oud-minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert af nadat de Onderzoeksraad voor Veiligheid harde oordelen had geveld over Defensie in een onderzoek naar een mortierongeluk in Mali dat twee militairen het leven kostte.
Over de dodelijke mortiergranaten zegt Vrijsen echter: "Als ze niet hadden meegenomen en niet gekocht hadden destijds, dan waren er misschien meer doden gevallen."
Vrijsen legt uit: "Bij een dergelijke operatie heb je mortiergranaten nodig, want je vecht op afstand tegen een onzichtbare vijand." Het was daarmee dus regelmatig kiezen uit twee kwaden, waardoor bij defensie vaak werd gezegd: "we hebben te weinig geld, dus het moet maar even zo", aldus de journalist.